Het hindoestaanse geloof heeft een zeer oude traditie van uitvaartrituelen, gebaseerd op de Veda's, de oudste religieuze geschriften. In de loop van de tijd zijn veel verschillen ontstaan, afhankelijk van de stroming en regio, maar de basis blijft overal gelijk. De grootste groep Hindoestanen in Nederland is van Surinaamse afkomst.
Wist u dat...
Wanneer een Hindoestaan overlijdt, de familie in de kamer de religieuze afbeeldingen naar de muur draait, en in sommige tradities de spiegels bedekt.
Wedergeboorte
Hoewel het hindoeïsme een smeltkroes is van religieuze stromingen, geloven alle Hindoestanen in reïncarnatie. De gedachte is dat de mens een kringloop van wedergeboortes doormaakt om uiteindelijk met Brahman, de oerenergie of oerkracht, herenigd te worden. Hindoestanen kiezen vrijwel altijd voor een crematie omdat dit de snelste manier voor het lichaam is om terug te keren tot de bron.
Voor de uitvaart
Traditioneel sterft een Hindoe thuis, omringd door nabestaanden en meestal in aanwezigheid van de pandit, de priester. Van de zestien overgangsrituelen binnen het hindoeïsme, de sanskara’s, is er één belangrijk als overlijdensritueel. Een mannelijke nabestaande, bij voorkeur de oudste zoon, giet een druppel heilig water in de mond van de stervende. Dit water is symbool van leven, vergankelijkheid en oneindigheid.
Na het overlijden legt de familie de overledene bij de ingang van het huis, het hoofd naar het zuiden gericht. Dit symboliseert het terugkeren in de schoot van Moeder Aarde. Men wast en versiert de overledene volgens oude tradities. Dit gebeurt bij voorkeur thuis, maar om praktische redenen ook vaak in een uitvaartcentrum. Traditioneel is een overleden man in een speciale doek gekleed, maar tegenwoordig ook wel in een pak. Een vrouw krijgt een sari aan.
De uitvaart
Van het uitvaartcentrum gaat de rouwstoet langs het huis van de overledene en dan naar het crematorium. De publieke ceremonie gebeurt vaak aan het eind van de dag, omdat een hindoestaanse uitvaart vaak langer duurt dan andere.
De pandit leidt een dienst met rituele offeringen, mantra's en gebeden. De aanwezigen lopen aan het eind langs de open kist en leggen er bloemen, bloemblaadjes of rijstballetjes in. Hierna sluit de familie de kist. Gewoonlijk blijven alleen mannelijke directe nabestaanden achter om de verbranding op rituele wijze in gang te zetten.
De oudste zoon van de overledene voert een 'doodskus' uit, om het lichaam symbolisch in brand te zetten. Dit doet hij door vijf maal met een brandende diya (lampje) de mond van de overledene aan te raken, terwijl hij om de kist loopt.
Na de uitvaart
Bij thuiskomst wassen de nabestaanden zich op rituele wijze omdat zij onrein zijn geworden. Twaalf uur na de crematie gaan zij terug om de as te verzamelen. Deze wordt toevertrouwd aan de oneindigheid. De traditionele manier om dit te doen is het verstrooien boven stromend water. Soms in India in de heilige rivier Ganges. Maar vaak kan dit niet en wordt de as uitgestrooid in Nederland.
De nabestaanden houden meerdere herdenkingen. Op de dertiende dag na de uitvaart eindigt de eerste rouw met een plechtigheid in het huis van de overledene. Na 31 dagen is er een herdenkingsdienst, in sommige tradities worden hier de uitvaartriten herhaald. Daarna is er op de sterfdatum jaarlijkse een (volgens de maankalender) offer- en herdenkingsdienst.
Meer weten?
Meer informatie over hindoestaanse uitvaartrituelen vindt u op de volgende websites: